Een project is als een studentenhuis

Een paar jaar van mijn leven heb ik in studentenhuizen gewoond. Een heerlijke tijd van vrijheid, vriendschap en lol. Maar het was ook rommelig (understatement), iedereen moest zoeken naar zijn eigen plek en er waren regelmatig irritaties; precies zoals dat hoort in een studentenhuis. Chagrijn over huisgenoten die ’s nachts met veel kabaal thuiskwamen terwijl jij vroeg moest werken, een ander die nooit zijn was uit de machine haalde en steevast jouw kookspullen gebruikte, of de afwas die op het aanrecht stond te schimmelen. Tijden van saamhorigheid wisselden op een gezonde manier af met periodes van discussie en gevit.

Het eerste studentenhuis waar ik in terecht kwam was overwegend harmonieus. We waren met negentien totaal verschillende mensen, maar met elkaar hadden we een taakverdeling, gedeelde tradities en zelfs een soort eigen taal. Toen ik na twee jaar verhuisde naar een grotere kamer in een iets kleinschaliger studentenhuis, merkte ik al snel dat het er hier anders aan toe ging. Meer ieder-voor-zich, geen gezamenlijkheid en al helemaal geen gedeelde cultuur of rituelen. Ik ben binnen een paar maanden weer vertrokken.

Mini samenleving

Ik vergelijk projecten vaak met de dynamiek in mijn oude studentenhuizen. Projecten zijn ook een soort mini-samenleving, die bestaat uit verschillende subgroepen met grote onderlinge afhankelijkheden. Min of meer willekeurig bij elkaar terecht gekomen, heeft ieder individu zijn toegevoegde waarde en eigenaardigheden. Met elkaar vorm je een heel eigen cultuur. En zoals mijn eerste en tweede studentenhuis als dag en nacht van elkaar verschilden, zo is dat ook in projecten.

Met de kennis en afstand die ik nu heb zie ik haarscherp dat een project, net als een studentenhuis of een familie, een systeem is. Als hier iets aan schort dan ‘stroomt’ het niet, dan voelt het niet vrij, ontspannen of veilig. Zo kan het komen dat je in een projectomgeving terecht komt waarin het gejaagd, zwaar of gespannen voelt. Waar weinig fut in zit. Ik heb al eens eerder geschreven over een paar veel voorkomende oorzaken daarvan.

Patronen

Ongemerkt kan je als projectteam patronen hebben ontwikkeld die niet helpen bij het op een energieke manier realiseren van je doelen. Die de zwaarte of gejaagdheid in stand houden. Die patronen zitten onder de oppervlakte en gaan dieper dan individuele personen of ontevredenheid met het beleid. Ze gaan over een blokkade in de onderstroom van een project. Over machtsspelletjes, disbalans in het team of leiderschapskwesties. En zelfs een buitenstaander voelt al snel: de ‘ziel’ van het project voelt niet goed.

Een systeem functioneert optimaal als aan drie voorwaarden is voldaan:

  1. Iedereen heeft het recht om erbij te horen
  2. Er is balans tussen geven en nemen
  3. Iedereen neemt de goede plek binnen het systeem in

Investeren

Het loont om te investeren in die ziel door met elkaar, eventueel onder begeleiding, te onderzoeken hoe je het (weer) aan het stromen krijgt.

Een project dat ‘klopt’ is een soort magneet. Mensen willen erbij horen, steken er tijd en energie in omdat ze dat willen en het geheel wordt als vanzelf meer dan de som der delen. Er is gemeenschapsgevoel, loyaliteit en vertrouwen in de kracht van het collectief. Dat komt omdat het systeem werkt.

Ik volg mijn eerste oude studentenhuis nog steeds op Facebook. En het is goed om te zien dat dezelfde saamhorigheid dik twintig jaar later nog steeds bestaat. Als patronen constructief zijn dan maken namelijk zelfs wisselingen in het team niet uit; de ziel van het systeem blijft overeind en overleeft zelfs generaties.

 

Hoe bouw je een positief project?

Heb je het gevoel dat er een leuke en positieve manier moet zijn om projecten te organiseren? Je leest er hier alles over.
 

Bouw aan een Positief Project

2991

Ook interessant voor je

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *