Gedachte-experiment

Deze week deed ik samen met een collega een gedachte-experiment. Stel je voor: je staat aan de vooravond van een heel nieuw project. Maar niet zomaar een project. Het enige wat duidelijk is, is het resultaat dat er aan het einde moet zijn gerealiseerd. Verder ligt alles volledig open.

Er zijn geen regels waar je aan moet voldoen. Er worden geen verplichtingen opgelegd over structuur, besluitvorming of planning. Zelfs geld vormt geen enkele belemmering.

Wat zou je doen? Hoe zou je het anders aanpakken dan bij  je ‘normale’ projecten? Wat zou dit betekenen voor het resultaat? En hoe voel je je daarbij?

Het is bijzonder om te voelen wat een creatieve energie daardoor ontstaat. Maar, eerlijk is eerlijk, het werd opvallend snel gevolgd door een gevoel van overweldiging: een volledig blanco canvas. Een spel zonder regels. Oneindige mogelijkheden. Hoe zet je daarin een eerste stap? Wat een verantwoordelijkheid eigenlijk, als je geen enkele richting krijgt en toch een resultaat moet neerzetten…

Het werd een geweldige, geanimeerde brainstorm. Al filosoferend merkten we dat het ontbreken van kaders het nodige losmaakt over wat er wel en niet werkt in projecten. Discussies over creativiteit en kwaliteit. Over projectevolutie versus sturing. Over de spanning tussen vrijheid en resultaatsturing.

Omdat ik merkte hoe waardevol zo’n gedachte-experiment is om je eigen visie maar ook je (soms beperkende) overtuigingen boven tafel te krijgen, wil ik hier graag een paar van mijn inzichten met je delen.

Inzicht 1: we hebben kaders nodig

Hoe heerlijk het ook is om onbegrensd alle creatieve registers open te trekken, verrassend snel komt het gesprek op kaders. Wanneer is dit project een succes? Aan welke kwaliteit moet het resultaat voldoen? Wie moeten met het resultaat werken en wat vinden zij ervan? Zonder dat soort informatie bevriezen we. Raken we overweldigd door zoveel mogelijkheden, waardoor het risico ontstaat dat we juist niet in beweging komen.

Johan Huizinga schreef het al in zijn klassieker Homo Ludens. Vrij vertaald in mijn woorden: binnen een set aan regels ontstaat een veilig kader. Dat gevoel van veiligheid hebben we nodig om te kunnen en willen spelen. In projecten worden we speels en creatief als we eerst die kaders hebben.

Inzicht 2: alleen leuke mensen in je team is niet genoeg

Een volgende gedachte die het triggert is: “Dan kies ik alleen nog maar leuke, gemotiveerde mensen uit! Ik hoef geen ingewikkelde mensen in mijn team.”

Het selecteren van teamleden op een prettig karakter is ontzettend verleidelijk. Een groep mensen waar we maandenlang intensief en onder soms hoge druk mee moeten optrekken kan maar beter gezellig zijn. En we hebben allemaal weleens in een omgeving gewerkt met notoire dwarsliggers, zeurpieten of azijnpissers.

Maar ook hier blijkt al pratend dat de kwaliteit van een project er juist bij gebaat is bij wat polariteit in het team. Als er wat tegendenkers zijn die aannames ter discussie stellen. Leden die groepsdenken doorbreken of overtuigingen challengen.

Bovendien heb je meestal gewoonweg bepaalde expertise nodig die niet gecovered is in je ‘vriendenteam’. Dus moeten er mensen bij die je niet selecteert op karakter, maar op kennis. En de kunst is om ook de leden met een iets andere bloedgroep zich zo betrokken en veilig te laten voelen in de groep, dat ze juist dát stukje van hun persoonlijkheid in kunnen brengen.

Inzicht 3: er zit een grens aan delegeren

Een andere discussie die dit experiment opriep was die van het eigenaarschap. Als een probleemeigenaar of opdrachtgever zo weinig structuur meegeeft, wat betekent dit dan voor de mate van zijn of haar betrokkenheid bij het resultaat?

Het is natuurlijk geweldig als je als projectleider een flink mandaat krijgt om het resultaat met jouw inzet en naar jouw inzicht te realiseren. Maar waar ligt de grens tussen delegatie en abdicatie? Hoeveel eigenaarschap kun je verwachten als de opdrachtgever je zoveel onconditionele ruimte geeft? Waar is je opdrachtgever nog op aanspreekbaar?

Het kan natuurlijk een blijk van ultiem vertrouwen zijn. Maar ook van onverschilligheid of verwaarlozing. Het vraagt iets van jouw projectleiderschap om dat in je contractering helder te krijgen.

Dit zijn maar drie van thema’s die tijdens het gedachte-experiment voorbij kwamen. Voor mij persoonlijk was het meest bijzondere inzicht dat ik altijd denk te verlangen naar deze ultieme projectvrijheid, maar puntje bij paaltje moet ik dat toch wat nuanceren.

Dit is natuurlijk slechts de oogst uit een brainstorm van twee personen. En ik merk terwijl ik het opschrijf dat mijn gedachten hierover nog steeds volop in beweging zijn.

Het maakt me ook nieuwsgierig: wat doet dit gedachte-experiment bij jou? Wil je dat eens met me delen in de comments?

 

Hoe bouw je een positief project?

Heb je het gevoel dat er een leuke en positieve manier moet zijn om projecten te organiseren? Je leest er hier alles over.
 

Bouw aan een Positief Project

337

Ook interessant voor je

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *