Gedachteoefening

Als je een beetje bent zoals de meeste van ons projectleiders, dan probeer je controle te houden over waar je mee bezig bent. Je werkt met strategieën, plannen en actiepunten. Je bedenkt van tevoren hoe je van A naar B komt en wat je mogelijkerwijs onderweg tegen kunt komen waar je iets mee moet.

Dat is logisch. Zo zijn we opgeleid en bovendien hebben we er bevredigende resultaten mee behaald.

Een hand met zand

Maar misschien herken je ook dit: het kost je veel inzet, energie en volharding om je omgeving in beweging te krijgen. En op het moment dat de focus van het proces even verplaatst naar iets anders, ‘veert’ de situatie weer terug naar het oude. Frustrerend als je daar als projectleider verantwoordelijk voor bent, maar fascinerend als je het met wat meer afstand bestudeert. Sommige projecten lijken nog het meest op een hand vol zand. Hoe harder je je best doet en je hand dichtknijpt om controle te houden, hoe meer het tussen je vingers door glipt. Terwijl een open, ontvankelijke en ontspannen hand betekent dat het zand bij je blijft.

Vanuit dat beeld ben ik gaan experimenteren met een ander paradigma voor het leiden van projecten. Ik daag je uit om eens mee te gaan in mijn gedachteoefening, ook al voelt die misschien wat vreemd of abstract. Laat je oordelen even los en kijk vooral of dit werkt voor je.

Stel dat je project een rivier is die eigenlijk niets anders wil dan naar de zee stromen. Dan kun je enorm veel energie steken in het graven van een kanaal en het aanleggen van stuwen, dammen en sluizen. Je creëert een stevige infrastructuur waarmee je het water continu de goede kant op stuurt en onder controle houdt. Je maakt draaiboeken die je meteen in werking stelt bij hoog water of langdurige droogte. Al je focus en energie gaat naar het sturen van het water tot het uiteindelijk bij de rivier komt.

Natuurlijke stroming

Maar een andere optie is dat je gebruik maakt van de stroming, van de weg die de rivier zelf wil nemen. Beweging is de natuurlijke toestand van een rivier; een rivier wil naar de zee. Je accepteert de weg die het water wil gaan. Je zorgt dat het onbekommerd kan stromen. Soms treedt het buiten de oevers en zijn er zandzakken nodig om het water in te dammen. Andere keren haal je juist blokkades weg die de stroom belemmeren. Maar in de basis laat je het water zijn gang gaan vanuit het vertrouwen dat het naar de zee wil. Dat is een natuurwet.

Op die manier naar projecten kijken maakt dat je niet heel veel controle uitoefent om een specifieke, vooraf bedachte uitkomst te realiseren. In plaats daarvan creëer je een context waarin je de beweging faciliteert en alles er mag zijn. Waarin je waarneemt dat het soms niet stroomt en dat zonder oordeel herkent als een symptoom van iets anders. Iets wat de natuurlijke loop van de rivier in de weg staat en daarom aandacht nodig heeft. Een projectleider is in dit paradigma een ‘spaceholder’. Een observator die door oordeelloze aanwezigheid merkt waar de stroom stagneert en dat adresseert. Op deze manier wordt de uitkomst van een project waardevoller dan je vooraf had kunnen bedenken.

Kortom: stel dat een project in essentie een beweging is die geïmplementeerd wil worden; een idee met een eigen intentie en dat jij vooral de facilitator bent die ervoor zorgt dat dit onbelemmerd gebeurt. Wat zou er dan voor je veranderen? Hoe zou het voor je zijn dat je de rivier niet onder de duim hoeft te houden? Waar zou je meer kunnen ontspannen? Hoe zou dat zijn voor je energie, de kwaliteit van je aanwezigheid en je werkplezier?

 

Het boomhutgevoel

Mijn boek Het boomhutgevoel - gids voor inspirerend projectleiderschap is kortgeleden verschenen. Bestel het nu bij Managementboek!
 

Het boomhutgevoel

551

Ook interessant voor je

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *